“Twee broers als topteam op de vrijwilligersbus: één missie op wielen”
Paul en Ger Odenkirchen - vrijwilligers De Kreek - 's-Gravenzande, Sonnevanck
Vrijwilligers zijn onbetaalbaar. Bij Pieter van Foreest zijn we dan ook enorm trots op de ruim 1.600 vrijwilligers die zich belangeloos en met vol enthousiasme inzetten voor onze cliënten en onze collega’s een extra handje bieden. Zo ook Paul en Ger Odenkirchen twee broers die zich als vrijwilligers op de bus van De Kreek en Sonnevanck inzetten.
Paul: ‘Ik ben afgekeurd en werd gestimuleerd om te kijken hoe ik mijn vrije tijd kon invullen. Ik kwam met Kitty, destijds de vrijwilligerscoördinator, in gesprek en dat klikte goed. Om de sfeer te proeven en te kijken wat het vervoeren van de bewoners nu precies inhield ben ik toen meegelopen met Bert, één van de chauffeurs. Inmiddels ben ik alweer vier jaar chauffeur.’
Ger: ‘Ik doe het vrijwilligerswerk inmiddels zo’n 1,5 jaar. Paul heeft mij hier eerder voor benaderd, maar pas toen ik vervroegd met pensioen ging, ben ik een paar keer met hem meegegaan en werd ik enthousiast. We rijden nu samen om de week op dinsdag op de bus. Dat is supergezellig. We kunnen dan ook meteen even bijkletsen,’ zegt Ger. ‘Daarnaast ontlast je elkaar toch ook he. Het is met een bus vol toch ook best pittig om de bewoners in en uit de bus te helpen. Ik reed eerst samen met een andere chauffeur die door gezondheidsproblemen helaas is afgehaakt. Kort daarna is Ger een paar keer meegegaan en sindsdien rijden wij samen op de bus,’ aldus Paul.
Goed ingespeeld op elkaar
‘De eerste keer was alles behalve makkelijk,’ zegt Ger. ‘Paul reed al een tijdje en wist al hoe en wat je moest doen. Bij mij ging de eerste keer de bewoners uit de bus helpen niet makkelijk. Ik stond verkeerd waardoor een grote elektrische stoel op mij afkwam. Ik riep meteen dat Paul moest helpen. Toen hij zei dat hij dit nog niet mee had gemaakt, dacht ik hij kletst maar wat. Nu kunnen we erom lachen, maar toen was het wel even anders.’ ‘Ik heb de kneepjes van het vak destijds ook van de andere chauffeurs geleerd en heb dit ook weer doorgegeven aan Ger, zodat hij nu weet waar en hoe hij moet staan om zo’n situatie te voorkomen. Op een gegeven moment weet je het en doe je het op je eigen manier,’ lacht Paul.
Paul: ‘Het soepel in en uit de bus helpen went pas als je het veel doet. Het zijn best veel handelingen die je moet doen.’ Ger knikt: ‘Dat klopt. Na een half tot één jaar ben je pas echt vertrouwd. Het is inderdaad niet het rijden zelf, maar alle handelingen erom heen. Het zijn ook de situaties waar je in terecht komt. Je weet nooit wat de dag brengt. Er is altijd wel veel begrip. Denk bijvoorbeeld als we ergens geparkeerd staan waardoor niemand er meer door kan, simpelweg omdat het niet anders kan.’
Ger: ‘Sinds april 2025 hebben we een nieuwe bus. De eerste keer reed ik alleen met de bewoners naar Blijdorp en dat was wel even wennen. Zo moet een grote rolstoel rechtsvoor, want links past het niet etc.. Dan is het altijd fijn als je met zijn tweeën bent. Zo doet Paul het één en ik het andere. We zijn goed op elkaar ingespeeld. De nieuwe bus was snel gewend en veel beter en fijner dan de vorige bus.’
Mooie momenten die je raken
‘Het mooie is dat je contact hebt en maakt met de bewoners. Vaak zijn hetzelfde mensen die je rijdt en dan bouw je toch een band op,’ zegt Paul. ‘Je ziet hoe dankbaar ze zijn, maar hoort en ziet ook verdrietige dingen. Dat de bewoners zelf overlijden, hun familieleden of partner. Dat is de andere kant.’
Het aantal bewoners per rit verschilt per keer. Soms hebben ze in één rit zeven tot acht personen en soms minder. Het verschilt ook per periode. In de zomer gaan de mensen soms varen en heb je een bus vol. Ook tegen het eind van het jaar wordt de kerstmarkt bij de Intratuin bezocht en dan heb je zowel de begeleiders als de bewoners.
Ger: ‘We doen ritjes met een onbeperkte afstand, behalve de ritjes naar het ziekenhuis. We vragen ook wel eens wat iemand leuk vindt. Soms is dat gewoon een rondje Westland, maar we zijn ook een keer richting Schiphol gegaan. Daar hebben we vliegtuigen gespot en kregen we vanuit De Kreek een lunchmand mee. Je ziet de bewoners dan genieten, maar ook wij hebben een leuke dag.’
Op de vraag wat de broers is bijgebleven, hebben ze genoeg voorbeelden. Paul: ‘We reden een bewoner altijd naar de kapper. Haar man was overleden en tijdens het praatje vroeg ik haar hoe het ging. Ze is altijd opgewekt, maar miste haar man wel. Toen ik haar weer afzette, zei ze: “Nou dan ga ik weer alleen naar mijn kamertje. Denk jij vanavond even aan mij?” Dat soort momenten blijven mij bij en raken mij. Dat doet toch wat met je en dat is mooi.’
Wereldavond
Ger: ‘Niet iedere bewoner kan zich ook meer goed uiten en verstaanbaar maken. Dan is het lastiger om contact te krijgen. Dat gebeurt dan heel vaak via hun kinderen. Zo brachten we een keer een bewoner naar Den Haag waar hij een moestuin heeft. Zijn zoon ging mee als begeleider en daar aangekomen stond zijn kleinkind er. Als je de bewoner dan zo ziet genieten en stralen en je krijgt van zijn zoon te horen: “Bedankt he, je hebt zijn week weer goed gemaakt.” Daar doe je het toch voor. Dat vind ik echt geweldig.’
De broers maken vele leuke en mooie momenten mee, zo brachten zij laatst bijvoorbeeld een bewoonster naar een restaurant om daar met de hele familie haar 94e verjaardag te vieren. ‘Dat zijn leuke momenten. Mevrouw heeft een wereldavond gehad. Dat is toch genieten,’ zegt Ger.
‘Zo bracht ik ook een bewoner naar Wateringen om te biljarten. Tijdens de rit vertelde ik dat ik ook wel goed kon biljarten. Toen ik hem weer ging ophalen, kreeg ik meteen een keu in mijn handen om dat te laten zien. Meteen vele ogen op je gericht. Ik won net aan, werd meteen uitgenodigd om lid te worden en had er 20 vrienden bij. Of het ritje naar de viskeet in Hoek van Holland. Dan gaan vier mannen biljarten. Als we een moment hebben om even te blijven, doen we dat. De mannen houden zich vast aan de biljarttafel om rond te kunnen lopen. Het is minimaal wat ze kunnen, maar ze biljarten, hebben een borreltje en zijn gelukkig. Als je ziet hoe zij dan genieten, dan genieten wij met ze mee. Dat vinden wij onwijs leuk,’ vertelt Paul. Ger: ‘Een andere bewoner gaat altijd naar rolstoeldansen. Wij wisten van het bestaan niet af. We hebben de bewoner eerder gebracht om zelf ook eens te kijken. Dat is echt heel leuk om te zien met leuke muziek.’
‘Het stelt voor ons weinig voor, even het heen en weer rijden, maar voor de bewoners zijn het zulke leuke en waardevolle momenten. Het maakt echt hun dag. De dankbaarheid van de bewoners en hun naasten is heel erg groot en daar zetten wij ons dan graag voor in,’ aldus de twee broers.
Pas jij bij Pieter van Foreest? Vind je vacature