“We konden het hier niet loslaten”
Arly en Marja - over de stap van mantelzorger naar vrijwilliger, Stefanna
Arly en Marja kennen elkaar al lang via familie. In Stefanna kwamen ze elkaar opnieuw tegen, toen Arly’s moeder er woonde. Marja was daar al vrijwilliger en Arly kwam haar regelmatig tegen tijdens haar bezoeken. In die periode was Arly nauw betrokken bij de zorg en ondersteuning voor haar moeder en zag zij van dichtbij wat het betekent als iemand stap voor stap meer hulp nodig heeft. Die ervaring neemt ze nu mee als vrijwilliger. Met aandacht staan ze samen klaar voor de bewoners in Stefanna, met als doel om mensen blij te maken en kleine geluksmomenten te creëren.
Van mantelzorger naar vrijwilliger
“Eigenlijk zijn we hier door onze moeders ingerold,” vertelt Arly. “Toen mijn moeder overleed, merkte ik dat ik het hier nog niet los kon laten. Er wonen daar nog steeds mensen die je kent. Mensen die ook gewoon een fijne dag verdienen met aandacht en gezelligheid. Dat bleef in mijn hoofd zitten. Toen dacht ik: ik wil hier iets blijven betekenen.”
Ook Marja kent Stefanna al langer. In de periode dat haar moeder er woonde, was zij er dagelijks te vinden. Daardoor werd Stefanna voor haar een vertrouwde plek. Later bleef ze betrokken als vrijwilliger. “Mijn moeder heeft hier een fijne tijd gehad. Ik kende hier al zoveel mensen. Het voelde voor mij heel vanzelfsprekend om er te blijven, maar dan in een andere rol.”
Hun ervaring als naaste speelt daarin een belangrijke rol. “Als je alleen komt om een activiteit te doen en daarna weer naar huis gaat, zie je maar een momentopname,” zegt Arly. “Wij hebben zelf meegemaakt hoe iemand steeds een stapje terug moet doen. Dan leef je je makkelijker in. Je beseft dat iemand ooit heel anders was.” Die ervaring nemen ze mee in hun vrijwilligerswerk. “Juist daarom wil je iemands dag mooi maken,” vult Marja aan.
Kleine momenten, grote betekenis
Die momenten zitten vaak in eenvoudige dingen. Voor veel bewoners speelt het verleden een grote rol. Herinneringen van vroeger, verhalen en gevoelens blijven vaak aanwezig, ook wanneer iemand dementie heeft. Als je daarop aansluit, gebeurt er echt iets. Dat kan zitten in een liedje, een gesprek over vroeger of iets laten zien dat iemand herkend. Beide dames weten dat kleine herkenningspunten een groot verschil kunnen maken.
Arly sluit hierop aan door voor te lezen en muziek te maken. Gedichten, korte verhalen of een bekend liedje brengen herinneringen naar boven. “Mensen wonen hier omdat hun geheugen achteruitgaat, maar dat betekent niet dat ze niets meer begrijpen. Als je iets voorleest of samen praat over vroeger, zie je dat er iets gebeurt. En ook om een grap uit mijn moppenboek kunnen ze heel hard lachen!”
Arly zet haar liefde voor taal ook op een andere manier in. In het verleden schreef zij rijmverhalen en gedichten voor kinderen. Inmiddels schrijft ze vooral voor volwassenen, vaak over thema’s als afscheid en verlies. Tijdens de herdenkingsdienst in Stefanna draagt zij regelmatig een gedicht voor. “Dat zijn bijzondere momenten, waarin je echt even stilstaat bij mensen die er niet meer zijn.”
In 2024 bracht zij samen met Pieter van Foreest een gedichtenbundel uit voor de afdelingen genaamd ‘De voorleeskamer’, met een selectie van luchtige en herkenbare gedichten om samen te lezen. Arly plaatst haar gedichten ook op Facebook, deze zijn te lezen via de pagina ‘Gedichtberichten’.
Ook muziek speelt een bijzondere rol. Een bekend nummer kan iemand even terugbrengen naar vroeger. Arly ziet bewoners opleven, meebewegen of weer contact maken. “Je merkt dat muziek iets raakt. Iemand hoeft niet alles meer te weten, maar een liedje herkennen ze vaak nog van vroeger. We hebben net op de afdeling getrommeld. Een bewoner had er geen zin in en liep weg, maar kwam later toch terug om mee te doen. Dat is zo leuk om te zien.”
Marja zoekt het juist meer in persoonlijk contact. Ze gaat langs bij bewoners op hun kamer en neemt de tijd voor een gesprek of een klein moment samen. Ook neemt ze regelmatig haar hondje mee naar de afdeling, waar bewoners zichtbaar van genieten. “Dat vinden bewoners geweldig. Veel mensen hebben vroeger zelf huisdieren gehad.”
Daarnaast ziet ze hoe waardevol dieren op de afdeling zijn. “Als er dieren zijn, zie je dat dat meteen iets doet met mensen. Het brengt rust en zorgt voor een glimlach. Dat is heel mooi om te zien.”
Daarnaast ziet Marja hoe belangrijk het is dat bewoners actief blijven. “Er is hier bijvoorbeeld een meneer die altijd met een bezem in de weer is. Dat vindt hij fijn om te doen. Dat soort dingen moet je juist stimuleren. Je merkt dat mensen zich dan nuttig voelen en in beweging blijven.”
Meer dan alleen gezelligheid
Vrijwilligerswerk is voor Arly en Marja meer dan alleen activiteiten begeleiden. Ze kijken goed naar bewoners en merken veranderingen op. “We hebben ook een signaalfunctie,” zegt Arly. “Soms zie je dat het minder goed gaat met iemand. Dan is het fijn dat je dat kunt delen met de collega’s van de zorg.” Marja ervaart daarin ook echt de samenwerking met het team. “Je hoort er gewoon bij. We worden betrokken en gewaardeerd, die samenwerking voelt heel fijn.”
Juist doordat ze zo dicht op de bewoners staan en onderdeel zijn van het team, draait het volgens Marja om meer dan alleen aanwezig zijn. “Je moet het wel in je hebben. Als je geen mensenmens bent, dan werkt het niet. Bewoners voelen precies aan hoe je binnenkomt.”
Arly merkt dat het contact met bewoners daarin steeds persoonlijker wordt. “Je leert mensen kennen en weet wat iemand prettig vindt. Ik vraag bijvoorbeeld vaak of ik iemand bij de voornaam mag noemen. Dat maakt het persoonlijker, maar je moet altijd aanvoelen wat iemand fijn vindt.”
Verbonden blijven
Voor beide vrouwen betekent Stefanna meer dan alleen vrijwilligerswerk. Het is ook een plek van herinnering. “Er zijn nog dingen van mijn moeder hier,” vertelt Arly. “Als ik daar langsloop, voelt ze toch nog een beetje dichtbij.”Marja herkent dat gevoel. “Mijn moeder haakte altijd gekleurde lapjes. Toen ik hier als vrijwilliger kwam, zag ik op de afdeling een kussentje dat zij had gehaakt. Dat ligt er nog steeds. Daar werd ik zo blij van! Dat ze het bewaard hebben, daardoor voelt het alsof ze er nog een beetje is.”
Marja woont inmiddels tegenover Stefanna. “In de zomer staan mijn ramen open en hoor ik de muziek vanaf de overkant. Als ik dan kijk, zie ik bewoners dansen. Daar kan ik echt van genieten. Dan denk ik: wat is het toch mooi dat dit er is.”
Wat hen drijft, zit in de kleine momenten. “Wij worden er zelf ook blij van,” zegt Marja. “Als je ziet dat iemand lacht of zich gezien voelt, dat doet echt iets met je.” Arly knikt. “Dat is waar je het voor doet. Zo’n moment dat iemand opbloeit of even geniet, dat neem je zelf ook mee naar huis.”
Een gedicht van Arly
Arly schrijft zelf kinderboeken en gedichten. Het gedicht ‘Echo’s’ schreef zij over het verlies van haar moeder.
Echo’s
Ik rijd je oude buurt voorbij,
in mijn gedachten ben je erbij,
we wisten dat het ooit zou veranderen,
in jouw flat wonen nu anderen.
Iedere ochtend zie ik je portret,
in de gang hangt het,
de trap aflopend kijk je me aan
en het lijkt net
of je er nog bent.
Vergeten zal ik je niet,
maar het is vreemd,
dat wat ooit was,
ook weer zo verdwijnt.
Alweer meer dan 2,5 jaar,
toch lijkt het nog maar pas.
Wat ooit je leven was,
past nu in een enkele doos.
Vanonder het deksel klinken echo’s.
Een rouwkaart, een cd
met jouw mooiste muziek,
je liefste foto’s, met meestal
een glimlach op je gezicht,
maar je gezondheid helaas broos.
Mooie woorden in een gedicht;
het waren de laatste,
die ik je kon vertellen,
je ging naar het licht.
Konden we nog maar afspreken
of even bellen...
Elke ochtend zie ik je gezicht;
zal ik je ooit nog eens spreken?
Ik probeer het me voor te stellen,
één gesprekje maar, heel even.
Je vraagt, “Hoe staat het leven?”
“Tja, wennen, zo zonder jou,” zeg ik.
Maar veel tijd heb je niet;
“Ik moet gaan, dag gekke griet!”
Ik hoor op de achtergrond een beat!
Happy Feelin’ 🎶🎶🎶
Dansend door het oneindige,
dat is echt jouw ding!